De onderbouw
De schooldag begint met gezamenlijke activiteiten in de kring. Daarna wordt gespeeld en gewerkt aan tafels, in de hoeken, in de speelzaal en op het schoolplein. Ieder kind krijgt de gelegenheid om zich naar eigen wens en behoefte te ontwikkelen. Om dit te stimuleren is een uitdagende speel-, werk-, en leeromgeving gecreëerd. De lokalen zijn zo ingericht dat alle ontwikkelingsgebieden actief geoefend kunnen worden. In de verschillende hoeken (b.v. constructiehoek, themahoek, kleihoek, puzzelkast, taal/luisterhoek en schilderhoek) ontwikkelt het kind o.a. het denken, de fantasie, de sociale vaardigheden, de motoriek en de taakgerichtheid. De oudste kleuters krijgen allerlei speelse activiteiten aangeboden die hen voorbereiden op het leren lezen, rekenen en schrijven in groep 3.
De kleutergroepen werken aan de hand van thema’s uit de methode “Ik en Ko”. De Linnaeusschool is een gemengde school. Dat betekent dat er grote verschillen zijn tussen de leerlingen in Nederlandse taalvaardigheid. De methode “Ik en Ko” komt tegemoet aan die verschillen. De activiteiten uit de methode zijn erop gericht dat alle kinderen op een voor hen zinvolle manier met taal bezig zijn. De activiteiten zijn gedifferentieerd naar drie niveaus van taalvaardigheid, zodat er een passend aanbod is voor alle kleuters.
In de kleutergroepen wordt begonnen met het aanleren van zelfstandig werken volgens het G.I.P.-model (zie ook hoofdstuk 2.1). In elke groep hangt een “stoplicht”. Als dit stoplicht op rood of oranje staat, betekent dit dat de leerkracht even met een groepje aan het werk is. De andere leerlingen zijn dan zelfstandig aan het werk. De leerkracht benut deze tijd vaak door instructie te geven aan een bepaald kind of een bepaalde groep. Ook is in elk kleuterlokaal een kiesbord. Hiermee leren de kinderen zelfstandig hun activiteiten te kiezen en te plannen.
De kinderen zitten anderhalf tot twee en een half jaar in een kleutergroep, afhankelijk van hun geboortedatum, maar ook van hun aard en aanleg. Ze worden regelmatig gevolgd bij hun activiteiten om vroegtijdig eventuele problemen te signaleren.
In het informatieboekje voor de onderbouw wordt een meer gedetailleerde beschrijving gegeven van de activiteiten in de onderbouw.
