Extra zorg
De leerkrachten houden er zoveel mogelijk rekening mee dat de capaciteiten van leerlingen verschillen. Ze proberen hierop in te spelen door zoveel mogelijk aan te sluiten bij de individuele mogelijkheden van het kind. Als er bij een kind een klein probleem wordt gesignaleerd, zal de groepsleerkracht proberen het kind zelf verder te helpen binnen de groep.
Wanneer dit onvoldoende resultaat oplevert, bespreekt de groepsleerkracht het werk of het gedrag van het kind met de interne begeleider. Er wordt voor het betreffende kind een plan gemaakt om het kind extra hulp te bieden gedurende een periode van 6 tot 8 weken (een zogenaamd handelingsplan). Dit handelingsplan wordt meestal door de groepsleerkracht binnen de groep uitgevoerd. Soms wordt het kind buiten de groep geholpen door een leerkracht die in kleine groepjes of individueel extra hulp biedt (Remedial Teacher). Ouders worden hiervan op de hoogte gehouden.
Bij grotere zorgen omtrent een kind wordt een kind besproken in één van de kinderbesprekingen die regelmatig worden gehouden. In deze kinderbesprekingen werkt een team samen dat bestaat uit: groepsleerkrachten, interne begeleiders, schoolbegeleider ABC, GGD en schoolmaatschappelijk werker (zie ook 6.3) .
Vanuit de kinderbespreking kunnen o.a. de volgende acties plaatsvinden:
- Soms is onderzoek door de schoolbegeleidingsdienst nodig om meer zicht te krijgen op de oorzaken van het probleem. In dat geval worden de ouders uitgenodigd voor een gesprek met een I.B.-er. Een onderzoek kan alleen plaatsvinden als ouders hiervoor toestemming geven.
- Er kan besloten worden om een kind te laten begeleiden door een deskundige uit het speciaal basisonderwijs (de ambulante begeleider). Onder het motto “Weer samen naar school” proberen basisscholen verwijzingen naar scholen voor speciaal basisonderwijs zoveel mogelijk te beperken. Om dit doel te bereiken wordt de deskundigheid van leraren van het speciaal basisonderwijs ook in het reguliere basisonderwijs ingezet..
- Bij gedragsproblemen is het mogelijk dat het kind en de ouders worden uitgenodigd voor deelname aan een SPRINT-training. SPRINT staat voor signalering van en preventieve interventie bij antisociaal gedrag. Het doel van de SPRINT-methode is om in een vroeg stadium kinderen te signaleren die het risico lopen om antisociaal gedrag te ontwikkelen. Voor kinderen vanaf groep 5 die dit risico lopen is een hulpprogramma beschikbaar, waarbij ook de ouders worden betrokken.
- Bij bepaalde problemen kan de schoolmaatschappelijk werkster worden ingezet. De ouders zullen in dit geval worden uitgenodigd voor een gesprek.
- Soms kan een kind worden geholpen door deelname aan een training sociale vaardigheden. Jaarlijks wordt een zogenaamde SOVA-training op school georganiseerd voor leerlingen vanaf 9 jaar die dat nodig hebben.
- Advies vragen bij het Zorgplatform.
- Bij grotere of meer structurele problemen kan een kind worden aangemeld bij de Permanente Commissie Leerlingenzorg (PCL). De PCL geeft advies voor een hulptraject. De PCL kan o.a. adviseren om het een kind te plaatsen in het speciaal basisonderwijs.
Wij gaan ervan uit dat ouders, net als de school, het beste willen voor hun kind, We verwachten dat ouders meewerken aan bovenstaande trajecten.
