Tussenschoolse Opvang (TSO)

Leerlingen van werkende of studerende ouders of leerlingen die ver weg wonen kunnen gebruik maken van de tussenschoolse opvang (overblijf) in de middagpauze. De coördinatie van de tussenschoolse opvang is in handen van de Stichting Kinderopvang Watergraafsmeer.

Strippenkaarten
Om gebruik te kunnen maken van de tussenschoolse opvang kunnen ouders een strippenkaart kopen bij de coördinator TSO. Dit kan iedere maandagochtend tussen 8.30 uur en 9.00 uur in de hal van de school. Er zijn strippenkaarten verkrijgbaar voor 12 keer overblijven à 21 euro en voor 24 keer overblijven à 42 euro. Voor ouders met een minimuminkomen
is subsidie van € 0,45 per kind per keer mogelijk beschikbaar. De strippenkaarten worden contant betaald of via een machtigingsformulier. De overblijfkrachten houden bij hoe vaak uw kind aanwezig is en brengen u op de hoogte als de kaart van uw kind bijna vol is.

Incidenteel overblijven
Indien uw kind geen strippenkaart heeft en af en toe overblijft kost dit € 2. U kunt dit op maandagochtend doorgeven en betalen aan de coördinator TSO.  Indien uw kind onverwacht overblijft kunt u dit betalen door 2 euro in een enveloppe te doen en deze aan de leerkracht te geven. Vermeld de naam en klas van uw kind en de datum waarop uw kind overblijft op de enveloppe.

Eten
Het is het beste als u uw kind een apart trommeltje met eten en een aparte beker met drinken voor het overblijven meegeeft. Dit om te voorkomen dat uw kind tijdens de ochtendpauze alles opeet of opdrinkt.

De overblijfkrachten
De kinderen worden opgevangen en begeleid door vrijwilligers. Deze vrijwilligers hebben allemaal scholing gevolgd m.b.t. het begeleiden van groepen kinderen. De coördinator TSO is minimaal 2 keer per week (maandag en dinsdag) tussen de middag aanwezig.

Bereikbaarheid
Iedere maandagochtend tussen 8.30 en 9.00 uur is de coördinator TSO aanwezig op school.
Ook kunt u bij de administratie op de eerste verdieping een bericht achterlaten in het postvakje van de overblijf, zodat zij contact met u op kan nemen.

Groepsindeling
Op dit moment werken we met 8 overblijfgroepen. In principe zijn de groepen niet groter dan 20 leerlingen per overblijfkracht. Door incidentele aanmeldingen kan het voorkomen dat een groep meer kinderen heeft.

Algemene procedure overblijven:

12.00 uur
De kinderen die overblijven gaan om 12 uur naar hun overblijflokaal. De overblijfkracht is altijd om 12 uur aanwezig. De kinderen wassen als dat nodig is eerst hun handen en gaan dan rustig aan een tafel zitten en pakken hun eten en drinken. Tijdens het eten blijven de kinderen aan tafel zitten en mogen ze rustig praten.

12.15 uur – 12.30 uur
Kinderen die klaar zijn mogen spelen of tekenen. Voordat ze dit gaan doen ruimen ze eerst hun broodtrommeltje en beker op en gooien eventuele rommel in de prullenbak. Als het nodig is mogen kinderen naar de wc. Kinderen moeten altijd toestemming vragen om het lokaal te verlaten.

12.30 – 12.55 uur
Op teken van de overblijfkracht trekken de kinderen hun jas aan en als de hele groep klaar is gaan ze gezamenlijk naar buiten om te spelen. Bij slecht weer blijven de kinderen binnen.

12.50 uur
Op een teken van de overblijfkracht verzamelen de kinderen en gaan ze rustig naar binnen. Daarna hangen de kinderen hun jas op en gaan weer terug naar hun eigen lokaal. In het lokaal is de groepsleerkracht aanwezig.

We vinden het belangrijk dat het overblijven voor de kinderen een ontspannen moment is, daarom hebben wij een aantal regels opgesteld, waaraan de kinderen zich moeten houden:

Het kan soms voorkomen dat een kind zich niet goed gedraagt tijdens het overblijven. De overblijfkrachten noteren dit soort gedrag in een map. Indien het meerdere malen is voorgekomen dat een kind zich niet goed gedraagt en het kind reageert onvoldoende op de aanwijzingen van de overblijfkracht dan volgen wij de volgende procedure:

De vrijwilligster bespreekt het gedrag van het kind met de coördinator of de directie. De directie beslist of het gedrag aanleiding is tot het geven van een “gele kaart”. Een gele kaart dient als een waarschuwing voor het kind en zijn ouders. Als de directie besluit tot het geven van een gele kaart:

Als het gedrag van het kind niet verandert na een gele kaart, kan het kind een “rode kaart” krijgen. Als een kind een rode kaart krijgt mag het een week lang niet overblijven.
Een kind krijgt een rode kaart:

De directie bepaalt of het gedrag aanleiding is tot het geven van een rode kaart. De directie stelt de ouders op de hoogte van het besluit.

We hopen natuurlijk dat we nooit een gele of rode kaart moeten uitdelen!