Uitgangspunten en prioriteiten

Wat willen wij met ons onderwijs?
De school wil 'uit elke leerling halen wat erin zit'. Wij zien het overbrengen van kennis en het aanleren van vaardigheden als de belangrijkste taak van de school. Hierbij willen we zoveel mogelijk rekening houden met de individuele mogelijkheden van kinderen; zij ontwikkelen zich ieder in hun eigen tempo. Alle kinderen zijn voor ons gelijkwaardig, maar niet gelijk. Er wordt veel aandacht besteed aan de cognitieve ontwikkeling, maar ook aan de sociaal-emotionele en de lichamelijke ontwikkeling van een kind. Tevens proberen we de creativiteit van de leerlingen te stimuleren. Duidelijke regels dragen bij aan een veilige leeromgeving. Op die manier wil de school, samen met de ouders, de basis leggen voor een evenwichtig mens in onze multiculturele samenleving.

Hoe willen we dat bereiken?
In de kleuterbouw wordt gewerkt met één instroomgroep en drie combinatiegroepen. De vierjarigen die nieuw op school komen worden in de instroomgroep geplaatst. Afhankelijk van hun ontwikkeling stromen zij na een aantal maanden door naar een combinatiegroep 1/2 . In deze groepen zitten jongste en oudste kleuters door elkaar heen. De kleuters werken met thema’s die aansluiten op de leefwereld van het jonge kind.
In de hogere groepen zitten leerlingen van ongeveer dezelfde leeftijd bij elkaar in een groep. De nadruk ligt op de basisvakken: taal, lezen, rekenen. Voor alle vakken worden methodes gebruikt. De methodische aanpak van de vakken geeft structuur en steun aan leerlingen en leerkrachten. Ook voldoet de school aan de kerndoelen door de methodes te volgen. De kerndoelen zijn de doelen waaraan elke basisschool in Nederland moet voldoen. De basisstof wordt meestal klassikaal aangeboden. De verwerking wordt zoveel mogelijk aangepast aan de individuele mogelijkheden van de leerlingen. Daarnaast is er extra materiaal aanwezig voor leerlingen die sneller door de leerstof heen gaan en voor leerlingen die moeite hebben met de leerstof.
Door de hele school heen wordt gewerkt volgens het GIP-model (Groeps – en Individueel gericht pedagogisch en didactisch handelen van de leerkracht). Het GIP-model is een methode om te kunnen werken met verschillende niveaus binnen één groep. Deze organisatievorm zorgt voor rust en duidelijkheid, de leerlingen weten wat er van ze verwacht wordt en kunnen zelf aan de slag gaan. De zelfstandigheid van de leerlingen wordt ook bevorderd, doordat ze om leren gaan met uitgestelde aandacht. Door deze organisatievorm kan de leerkracht extra hulp of verdiepende stof aanbieden binnen de groep. Ook buiten de groep wordt soms extra hulp geboden. De computer dient als een hulpmiddel bij het leerproces.
Vanaf groep 4 doen alle leerlingen één keer per week mee aan de verlengde schooldag (VSD: extra lessen tussen 15.30 en 16.30 uur). De VSD biedt een aanvullend programma op de reguliere lessen en biedt de gelegenheid voor het opdoen van uitgebreide ervaringen op het gebied van cultuur en het ontwikkelen van de creativiteit.

Wat vindt het team van de Linnaeusschool belangrijk?